mogelijk, hier met begrip vods D. Fotze = vrouwelijk schaamdeel. Bij S.E.V. kan ook het woord forz D. Furz == wind, scheet tot de verdringing van de oude betekenis bijgedragen hebben.
Weill pag. 77. Pfutsikaporauss met onjuiste afleiding en verklaring. J.J.V. 1923 pag. 368. Unter lauter Pitzkepores aufgegessen. Kapore in de vorm kapo(e)res in de Nederl. volkstaal overgegaan, in de betekenis: kapot, weg.
216. Fraa. Die fraa hot nur ómein zu sogen.
De vrouw behoeft slechts amen te zeggen. Bet: Vrouwen zijn van vele religieuze plichten vrijgesteld, die wel voor mannen gelden d.w.z. haar huiselijke plichten gaan voor. Mischna Kidd. I, 7. De vervulling van geboden, die aan bepaalde tijd gebonden zijn, is wel verplicht voor mannen, maar niet voor vrouwen. Fraa met westj. aa voor D. Frau.
217. Fraa. Die klügste fraa is der gresste nar.
(Zelfs) de verstandigste vrouw is de grootste dwaas. Bet: Vrouwen zijn onberekenbaar. Zelfs verstandige vrouwen zijn tot dwaze daden in staat.
218. Fraa. Wo die fraa haasst Hannetje. Dou ess ich ous dem pfannetje. Waar de vrouw heet Hannetje. Eet ik uit haar pannetje.
Van een Jodin (M.J.V.: van een Jood) mag men aannemen, dat zij (hij) zich houdt aan de voorschriften van de rituele keuken. Een onderzoek hiernaar is overbodig. De Joodse naam geldt hier als criterium. Vgl. voor de halachische achtergrond van dit gezegde het adagium: Kol Jisrael bechezkat kaschrut heem = Van geheel Israel neemt men (als het tegendeel niet vast staat) aan, dat zij ritueel leven (cf. V.P. 177). M.J.V. XV. blz. 93. Sie heisst Hendel, ich esse aus ihrem Pfändel. Variant M.J.V. XXI. 56, no. 3. As er hesst Mendyl, Es ich fin san Fendyl., en andere voorbeelden. - Bernstein 82. As si hejsst Hendel (oder: Genendel), meg men essen fün ihr fendel.
219. Freind. Gute freind- nor bleib ous maan schissei.
Goede vrienden, maar blijft uit mijn schotel. Bet: Onze vriendschap strekt zich uit tot onze tafel. Algemener: Goede vriendschap, maar raak niet aan mijn persoonlijke belangen. Vgl. Onder iemands duiven
73