Gezegd van een vrouw, die de indruk van volkomen onbenulligheid maakt. Kleis = balletje van vlees of deeg: Jidd. enkelvoud van het D. Klösse, meerv. van Kloss.
214. Flur. Aanmool kakt er uf die flur, macht er grouss rumur.
Een keer doet hij zijn behoefte op de vloer, dan maakt hij groot rumoer. Bet: Hij stelt de triviaalste dingen als bijzondere prestaties voor. Cf. Heine: Wintermärchen, ״Cacatum non est pictum”. Flur heeft hier in tegenst. tot het moderne Duits de betekenis Boden evenals het m.h.d. vluor. Aanmool D. einmal.
215. Fotse Kapóre. Jeder hot saan fotse kapóre fier sisch
Ieder heeft zijn ״Fotse kapóre" voor zich zelf. Bet: Ieder heeft zijn eigen manier van doen, zijn eigen gewoonten. Fotse kapore is ontstaan uit Parfiesse kapore. Zie: Schabbat 81b en Raschi aldaar.
Raschi deelt daar mede: ״Iedere Joodse huisvader nam 22 of 15 dagen voor het Nieuwjaarsfeest ten behoeve van ieder minderjarige zoon of dochter een korf van palmtakjes, die men met aarde en veemest vulde en bezaaide met bonen of erwten. Dit voorwerp was een Parfiesa. Op de dag voor Rosch Haschana bewoog het kind dan zijn voorwerp zeven maal om zijn hoofd en sprak daarbij de formule uit: 'Dit voor-werp zij hiervoor bestemd, het trede op in plaats van mij, het worde beschouwd als ruil voor mij’ en daarna wierp men het in het water.” Raschi ontleent deze mededeling aan Teschuwat hage'oniem.
Zie ook J. Levy Wörterbuch über die Talmudim und Midraschim s.v. Parpiessa. Volgens Levy schijnt dit de bron te zijn voor het latere gebruik om op de dag voor Grote Verzoendag een haan om het hoofd van een man en een hen om het hoofd van een vrouw te slaan. (Orach Chajiem 605 en Eisenstein s.v.).
Fotse of Fietse door haplologie ontstaan uit parfietse Ar. parfiessa = korfje. Vgl. W. H. A. Koenraads: Studien über Sprachökonomische Entwicklungen im Deutschen Einleitung XXIII et passim. Kapore
H. kapara = verzoening. V.P. 169. - S.E.V. Vods a Kappore. Klucht 1853 m.s.p. Rosenth. - Tendlau. 198-228. ״Futze Kappore” onjuist verklaard als Vice Kappore = ״an der Stelle eines Sühnopfers”.
V.A. II no. 10, 160 in de betekenis: vuiligheid, obsceniteit, wat op wegvallen van de associatie wijst. Hierdoor wordt een nieuwe associatie
72