Tendlau. 77. Das haasst: Esrogim nach Sikkes. - Nascher. 29/104. Esrogim nach sukkes. - M.J.V. 1922 p. 31. Esroig’m noch Ssükkes. -Weill 693.
1062. Ssonnem. Al mene ssonnem.
Al mijn vijanden. Sarcastische reactie, als iemands omstandigheden (bijv. gezondheid) te wensen overlaat en men daarnaar informeert. Bedoeling: ״Al mijn vijanden” (moge het zo te moede zijn). Vgl. Oj m’n ssonnem en M.J.V. 1899 p. 44 no. 40.
V.P. 293. Al mijn sonnem. - H. H. Houben Gespräche mit Heine no. 135. citeert een antwoord van H. Heine op een vraag naar zijn gezondheid ״allen Meschumodim (= gedoopten) zoll zumute sein wie mir”, dat waarschijnlijk dit spreekwoord als achtergrond heeft. Een dergelijke achtergrond ligt vaak aan uitingen van Heine ten grondslag. Zivy 138. Zie 528.
1063. Ssonne. Man sol s’n ssonne nit zu klaan ansehen.
Men moet zijn vijand niet te gering schatten. Zie 528.
1064. Ssonnem. Mit s’n ssonnem sol man koggel essen.
Met zijn vijanden moet men ״koggel” eten. Bet: Probeer je vijanden door vriendelijke behandeling van gezindheid te doen veranderen. Vgl. Isch los se koggel essen. Los se koggel fressen (bijv. op klant, die niet wilde toeslaan). Zelfs in de zin van steekpenningen! Koggel, zie 492.
1065. Ssores. Wer nit uf m’n ssores komt, komt aach nit uf m’n jontef. Wie niet bij mijn leed verschijnt, hoeft ook niet op mijn feestdagen te verschijnen. Ssores van Tsores H. tsarot = smarten Als sores, sorus, zores thans ook gebruikelijk in het Nederlands.
1066. Ssoten. Der ssoten me'kätreg sitzt uf der zong.
Satan de aanklager zit op de tong. Bet: Menigeen verraadt zich, door-dat hij zijn tong niet in bedwang houdt. Ssoten mekatreg H. Satan mekatreeg = Satan, de aanklager (nl. die Gods schepselen aanklaagt). Mekatreeg, vierletterige stam uit het Griekse xaTYjyopeiv = aanklagen, waarvan piëlvorm.
237