In metsies gibt man.sein Geld aus. - Bernst. 97. In a sojl esst man auf dus m’sümon’e geld. - Bernst. 61. Dus ganze geld geht aweg auf m’ziojss. Zivy 63.
1032. Sop. Die sop schmekt mir nit.
De soep smaakt mij niet. Bet: Het gezelschap bevalt me niet. Sop
D. Suppe.
1033. Sop. Doch sop!
Toch soep! Bet: We eten er geen kruimel minder om. Ik trek me er niets van aan. Zo erg is ,t niet.
1034. Sop. Hob isch sop, hob isch gobbels.
Heb ik soep, heb ik vorken. Bet: Ik heb altijd pech. Sop D. Suppe. Gobbels D. Gabeln. Zie no. 605.
1035. Sorg. M'n sorg is aach m’n sorg.
Mijn zorg is ook mijn zorg. Bet: Ik trek me nergens iets van aan.
1036. Sort. Die reschte sort.
De rechte soort.
a) Dat is niets voor zulk een net mens, om zo iets te doen.
b) ironisch: Hij is er niet naar om zo iets goeds of vriendelijks van hem te verwachten. Nog frequent bij een auteur als Israel Querido. V.P. 32 vernederlandst.
1037. Ssaar. E jiddische ssaar is besser wie e gojsche ssimche.
Variant: E gojsche ssimche - e jiddische ssaar.
Een Joodse treurige plechtigheid is beter dan een niet-Joodse feestelijk-heid. Reminiscentie aan de dronkenschap en de daarmee gepaard gaan-de vechtpartijen, die bij Joodse feesten ternauwernood denkbaar waren. Ssimche H. simcha = vreugde. Ssaar, zie 1038.
1038. Ssaar. Wen komt die ssaar, nemt se allegar.
Als het verdriet komt, neemt het alles. Wees niet te zuinig tijdens de ״goede” momenten. Als het verdriet komt moet men het geld vaak dubbel uitgeven. Ssaar H. tsa’ar = smart, pijn.
231