van een kind niet elk risico uitschakelen. Schtouss D. Stoss. Jeled H. jeled == kind. Schprichw. S.E.V. 23.
1014. Schtroof. Sou ’n schtroof nit uf mir.
Zo’n straf niet op mij. Schtroof D. Strafe.
1015. Schul. Der ken schul un almenmer uf (var. der fresst).
Dat is een onverzadigbaar eter; een nimmerzat. Schul - D. Schule -Synagoge; ontstaan uit leerhuis of daarmee gecombineerd. Almemmer, Almemor uit Arabisch: al mimbar (Reeds in Raschi op Sukka 51b). Verhoging in de synagoge, waarop de voorlezer dikwijls staat. Ook bima.
- V.P. 49. en 53. Hij kan ,n schul met ,n almemor op. - Tendlau. 528. Der esst die Schul mit sammt dem Almemor op. Zivy 151.
1016. Schul. Dou geit e schul mit en almemmer ein.
Daar gaat een sjoel met een almemmer in. Gezegd van een overdadig grote ruimte. Zie 1015.
1017. Schul. Sou in schul un sou uf gerufen.
Nauwelijks in de synagoge, of reeds (voor de Tora) opgeroepen. Dadelijk ergens voor in aanmerking komen. Oproepen: (Nederlands-Joods) vertegenwoordigers van de gemeente uitnodigen om op het Almemmer (zie no. 1015) de voorlezing van de Tora־afdeling aan te horen. V.P. 49. zo in sj. zo opgeroepen.
1018. Schuwe. Kaan schuwe is aach schuwe.
Geen antwoord is ook een antwoord. Schuwe uit H. teschuwa = ant-woord. Met ss uit ts zie inleiding § 4, II, 8. - V.P. 290. - Tendlau.852. Kaan Tschuwe is aach e Tschuwe. - Bernst. 294. Kejn t’schüwu is auch a t’schüwu. - Weill 1053. - Schuwe is in de vorm sjoechem in de Nederl. volkstaal overgegaan, bijv. hij gaf geen sjoechem.
1019. Schuwe. Wie gefalt dir maan schuwe?
Hoe bevalt je mijn antwoord? Gezegd als men iemand geen antwoord geeft. Vgl. het vorige nummer.
228