974. Scholchen. E scholchen is e misbeiech.
Een tafel is een altaar. Bet: Men moet het voedsel als een gave Gods aanvaarden en eerbiedigen en dit door zijn houding aan tafel tonen, o.a. door het uitspreken van het gebed voor en na de maaltijd.
Men denke in verband met ״misbeiach” ook aan het gebruik voor het ״benschen” de messen van tafel te nemen. Zie in verband hiermede: Exodus XX, 22 (N.V. 25). - No. 781, Potje mit salz. Scholchen H. schulchan — tafel. Zivy 438. Zie ook: Ezechiël XLI, 22.
975. Scholchen ,Orech. Jeder hot s’n aagen Scholchen ’Orech.
Bet: Ieder is vroom op zijn manier. Scholchen ,Orech H. Schulchan-Aruch; Godsdienst-codex, systematisch gerangschikt, vandaar de naam = gedekte tafel. Samensteller: Josef Karo. 1488-1575.
V.P. 290. - Tendlau. 644/5/6/7. Der hot seinen apartenen Schulchen-orach. - Philo 158. Jeder macht sich seinen eigenen Schulchan Aruch.
- Bernst. 125/23. Itlicher jüd hot sein schülchon-urüch (ün sein schi-guojn). Zivy 360.
976. Schölem. Besser schólem gehalten, wie schólem gemacht.
Beter vrede gehouden, dan vrede gemaakt. Het is gemakkelijker de vrede te bewaren, dan (verstoorde) vrede te herstellen. Vgl. Voorkomen is beter dan genezen. Schólem - H. schalom = vrede.
977. Schölem. ’Oussee schólem gein.
Achteruit gaan, zich terugtrekken. ,Oussee schólem H. ,Oossee schalom. Aanvangswoorden van de slotformule van het hoofdgebed (sjemone’ esre), waarbij men drie schreden naar achteren behoort te gaan. Tendlau. 158.
978. Schölem. Uf schólem schteit die welt.
Op vrede berust de wereld. Bron: Awot I. 18. - R. Simon ben Gamliel zegt: Op drie zaken berust de wereld, ״op waarheid, recht en vrede”.
979. Scholtechtieje. Er geit die schoteltechtieje ein.
a. Hij gaat de verkeerde weg op. b. Hij gaat de ondergang tegemoet (moreel of financiëel). Scholtechtieje H. scheol tachtieja = onderste afgrond, dodenrijk. De term is ontleend aan Ps. 86 vers 13. - V.P. 277.
221