maar____Schmus van Schmu'es H. schemu’ot == tijdingen, berichten,
praatjes. Meervoud als enkelvoud gebruikt. Overgegaan in het Neder-lands smoes, smoesjes, smoezen. Zie ook 191 en 808.
969. Schnei. Wo is der schnei von vlitten joor?
Waar is de sneeuw van verleden jaar? Weemoedige verzuchting. Het is alles voorbij. Vlitten - verbasterd Ned. verleden. Deze ver-bastering reeds in Poeriemkrant (14) van Schloume Duikelaar. -Cf. Oü sont les neiges d’antan? (Villon). - V.P. 49. Schnei von vor'n johr (verbasterd uit, vom vorigen Johr). - Tendlau. 846. Was kümmert uns der Schnee vom vorigen Jahr. - M.J.V. 1922 - 31, no. 224. E’Sorg wie a’f’n värjährigen Schnee.
970. Scho. Aan scho vor schabbes is die woch noch nit om.
Een uur voor schabbes is de week nog niet om. Bet: Op het laatste moment kan er nog verandering komen. Vgl. Hij komt altijd een uur voor schabbes = op het nippertje. M.J.V. 1899, 140 (Aus Mähren) no. 203. E scho far Sabbeth is de woch nit aus.
971. Scho. In e gute scho sol ich ’5 sogen. Eigenlijk ״Zu guter scho!”
In een goed uur moge ik het zeggen (d.w.z. in een gunstig uur). V.P. 33, idem. Nascher. 112. - Bernst. 157. In a güter masol’diger schuu, mit 'n rechten fissel. De wens: ״ze guter scho” werd na een bijzondere ge-beurtenis, b.v. na het voltrekken van een huwelijk of de geboorte van een kind uitgesproken.
972. Scho. Lef ie scho, chaje scho.
Naar het uur, het leven van het uur (het aardse leven). Gebruikt in de zin van: Richt je naar de omstandigheden, ook wel: Pluk de dag. Vgl. Carpe diem. H. Lefie scha’a chajee scha'a.
973. Schobberdebonk. Der geit uf schobberdebonk.
Op 't schobberen van de bonken lopen = af knagen van de benen. Bet: Dat is een klaploper. V.P. 37. Schubbedebunk. - Stoet. Op de schobberdebonk lopen. Op schobberdebok lopen. V.P. verwijst naar Oostfriesch: Schubberdebunk. Zie ook Franck van Wijck. E.W.
220