940. Schif. E ganz schif ״hettisch-, is nit wêrt e pritsch rettisch.
Een heel schip ״had ik״ (maar), is niet een plak rammenas waard. Bet: Ongeveer: Eén vogel in de hand is beter dan tien in de lucht. Hettisch D. Hätte ich. Pritsch D. Pritsche == plak.
941. Schikken. Schikken macht houlen. Var. Der peiresch von schikken macht houlen.
Van sturen komt halen. Var. De verklaring van sturen is halen. Wanneer iemand bijv. belooft een gift te zenden, is dat dikwijls slechts een uitvlucht; hij vergeet het quasi en ten slotte moet men het toch gaan halen. Schikken D. schicken. Houlen D. holen. Peiresch zie 846.
942. Schikker. Schikker wie Lot.
Zo dronken als Lot. Zo dronken, dat men niet weet wat men doet, zoals van Lot in Gen. XIX, 33, enz. wordt verhaald. Bernst. 277. -Weill 964.
943. Schimme. Schimme kom ar ein - es is jontef.
Kom binnen Simon, het is feest. Vgl. Dit is de zoete inval. Daar ben je altijd welkom. (Het is daar altijd : Schimme etc.)
944. Schimme. Ibber Schimme un ibber Jossef. Var. Ibber Schechem un ibber Jossef.
Gezegd van iemand, die op overdreven wijze ontvangt of opdient. Het was daar ibber____
Achtergrond misschien Genesis XLVIII, 22. Jozef krijgt één deel boven zijn broeders. Vgl. ook Raschi op Genesis XLIX, 5. Geheel duidelijk is het ontstaan van dit gezegde niet. Schimme = Simon. Jossef = Jozef.
Vgl. M.J.V. XV, 1912, pag. 122. Er redt iber Schechem un Jojsseif = über alle möglichen Dinge.
945. Schimschen. Schimschen hagibber.
Simson de sterke.
Gezegd van iemand, die ongewoon sterk is, Berust op de verhalen uit Richteren 14 en 15.
Ha-gibber H. ha־gibbor = de sterke, de held. Tendlau. 26.
215