Aanvangswoorden van een zin uit het ochtendgebed voor kinderen. Deze zin in zijn geheel is weer ontleend aan Spreuken 1.8. Schema benie H. schema’benie, idem.
934. Schemou-e. Schemou-e bein acheichem.
Hoort tussen uw broeders. Deut. I, 16. Audi et alter am partem. V.P. 281. - Tendlau. 835. Es steht: Schomooa been Acheechem.
935. Schiddesch. Das (dev) schiddesch fait mit.
Het huwelijk valt mee. Bet: Dat valt mee. Falt mit: vernederlandsing. D. übertrifft die Erwartung. V.P. 284. Zie schiddesch 907.
936. Schiddesch. Maan schiddesch is schount gemacht.
Mijn huwelijk is al in orde. Bet: Eigenl. Ik heb al een bruidegom. Dus: Ik heb er geen belang bij. Schount D. schon.
937. Schiddesch. Schadt ,m was an s’n schiddesch.
Het zal z’n huwelijk geen schade doen. Bet: Het zal je niet hinderen, je belangen niet schaden. Tendlau. 237. Es werd ’r an Dei’m Schiddech nix schade. - M.J.V. 1899, blz. 44, no. 52. idem, - Bernst. 274/13. Er wet dir züm schidüch nit schaden. - Weill 936.
938. Schie. Schop daan schie ous un to es nit.
Schop je schoenen uit en doe het niet. Bet: Je kunt geen ijzer met han-den breken. Je kunt niet tegen de bier kaai vechten. Schie (met Umlaut) van D. Schuhe. Schop, uit ’t Nederlands of uit ’t Noordduits schuppen.
939. Schie-e pie-e. Aanem mit schie-e pie-e abpattern.
Iemand met____wegsturen. Vgl. met een kluitje in het riet sturen.
Schie-e eigenl. sche-hie, afkorting voor scAabbat Aajom.
Pie-e eigenl. pe-hie, afkorting voor pesach Äajom. Volgens Targum Schenie III, 9 zou Haman de joden hebben belasterd met de bewering, dat zij met bovengenoemde uitvluchten zich aan het werk trachtten te onttrekken.
Hajom = vandaag. Abpattern zie no. 797. V.P. 285 Shioh pioh M.J.V. XV 1912, p. 120.
214