een speculatie (a). Algemener: Dat is een daad, waarvan men het resultaat niet vooruit kan berekenen (b).
Schalet = warme spijs, werd op vrijdag voor sjabbat in de oven gezet om op de volgende dag warm eten te hebben. Het resultaat was niet altijd overeenkomstig de moeite en de bedoeling. Het woord schalet behoort evenals praajen, laajenen enz. tot de oude Romaanse bestand-delen van het Jiddisch en hangt samen met Lat. calere, calidus, caldus Fr. chaud. Zie H. Beem, Verdwenen mediene, p. 74.
Vgl. Dr. Max. Weinreich in: The field of Yiddish, pag. 100 en The Jewish Languages of Romance Stock eveneens van Dr. Max Weinreich, pag. 414. - V.P. 58. - V.A. I no. 19, pag. 294. Het Amsterdamse Ghetto, H. Polak. - V.A. II, no. 16, pag. 255. -M.G.J.N. III, pag. 82. -M.J.V. 1899, blz. 206. E schiddech un e scholet wi se gerot.
910. Schaletpot. ,n Eingekochte schaletpot.
Een ingekookte sjaletpot. Gezegd van korte, dikke vrouw.
Schaletpot = pot, waar in de sjalet voor sjabbat gekookt werd. V.A. I, no. 19, pag. 294 en II, no. 16, pag. 255. Vgl. 802.
911. Schammes. Daan schammes ken daan parnes wem.
Je ״dienaar” kan je bestuurder worden. Vgl. Mischna Awot IV, 3. Veracht niemand, want er is geen mens, die niet eenmaal zijn uur heeft.
912. Schammes. Waass er viel, wo Gots schammes wount.
Weet hij veel, waar Gods ״sjammes” woont. Bet: Hij weet van geen toeten of blazen. Schammes met dissimilatie van de s. uit H. scham-masch == bediende, gemeentedienaar.
V.P. 230. Oser waass er wo Gots shammes waunt. - Tendlau. 685. Der waass nit, wu Gott wohnt. - M.J.V. 1899. Oser wäss er, wo Gott wohnt. - Bernst. 49/104. Er wejsst nit, wü Gott wojnt.
913. Schänder. Schänder de bander, der teibel houl se mit en ander. Schänder de bander, de duivel haal ze met elkander. Bet: ״Ze zijn aan elkander gewaagd.” Teibel, zie 220.
Tendlau. 577. Schänder de bander / Aaner wie der Ander
(volgens Tendlau sehr verbreitet). M.J.V. 1900, blz. 120, no. 268, Schandar und pandar, eine kapore mit
209