weer terug naar z'n kamer. Met bonzend hart ging hij er binnen, langzaam liep hij op zijn computer af. Eenmaal recht voor het beeld sloeg hij, omdat hij niet meteen naar het scherm durfde te kijken, heel slow, alsof hij uit een diepe slaap ontwaakte, zijn ogen op. Zijn opluchting was immens. Het beeld was onveranderd, zijn geheel voltooide formule stond er nog steeds, hij had hem dus werkelijk gevonden. Diep geëmotioneerd zonk hij neer op zijn stoel. Terwijl de tranen van onuitsprekelijke vreugde over zijn wangen rolden tot in zijn zwarte baard, prevelde hij: 'Dit is het belangrijkste moment van mijn leven. Niets van wat ik ooit nog zal doen zal zoveel voor mij betekenen als dit moment.'
110