365
zwaarmoedig nachtgaal-rouleeren en vreugdegeschater over de wereld van bergen en dalen, zeeën en lichten, over de wereld in ons kleine hoofd die gróoter en wijder is dan de kleine rondom. O, een kind is een vreugde, een smart, een einde, begin, een weelde, een vlam en een haat. En wie niet in het kind heeft gezien en aanbeden het al-schoonst menschlijke, niet uit kinder-oogen heeft gedronken het al-heerlijkst, het tot góden en zonnen opduizlend levensgeluk, die staat naakt en jammerlijk met zijn bevleeschde, ruige, harige botjes in dit heelal, in dezen blauw-zonnigen koepel, die te hoog en te luchtend en te doorzichtlijk is — voor zijn pover doodkistje van 1 Meter zooveel, bij zóóveel en zóóveel duim.
Ze zeggen dat vaderliefde is liefde van ’n pa voor z’n (op ’t stadhuis behoorlijk geregistreerd) kind. Ik geloof en ik zeg dat er géén vaderliefde is. Gewóonlijk is vaderliefde een vorm van ijdelheid, een maatschappelijke trots op een naam, een naam. Liefde? Liefde! O liefde! Wat weten jullie van Liefde!
Vaderliefde is ijdelheid èn stadhuis-verplichting. Waagt ’n pa z’n leven dan niet voor z ij n kind ? O ja. Voorzeker. Multatuli was oók ’n pa, redde zelfs zn hondje. En ik ken ’n meneer die ’n juffrouw uit ’n bijt haalde — èn een met zes klewanghouwen en ’n lintje — Opoffering ... Zorgen ... Opvoeding ... Toewijding ... Vaderliefde, touchant, aandoénlijk. Zie historie. Zie onechte kinderen. Zie bordeelen.
Een man heeft geen baarmoeder, geen lange, lange pijnen, geen melk, geen warmkoestrend lichaam. Een man is de aanmatigende bijslaper van zijn vrouw. Natuur kent geen vaderliefde. Zie beesten en ongecultiveerde volken of omgekeerd.
Er is geen vaderliefde. Er is liefde voor één kind, voor het kind, liefde die groeit, gekweekt wordt door het gewoonte-leven. Je houdt van je dagelijksclie lamp, van je dagelijkschen broek, van je dagelijksche schoenen. Zoo hou je in meerdere mate of leer je houen van ’t kind, dat je é 1 k e n dag ziet, hoort, waarneemt, waarvan je bent gaan houen omdat het ’t kind van je vrouw is. Maar in den beginne, melieven, hield je niet van dat poepende, zuurkwijlende, rooie, haarlooze wurm. Burgerlijk-