Kamertjeszonde

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Koos Habbema

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1899

Overig
2ed

Pagina's
439



360

„Hè jassus, nou al uit!” ...

„Nóg eentje? ... Op ’n anderen dag — ja wat toen ? — op ’n andere dag — toen wou — toen wou — ja watte? — toen wou ze d’r nagels niet late knippe en toen groeiden ze an d r voete en vingers zoó lang — zoó lang as de Kalfjeslaan! Schrikkelijk, hè ? . .. en toen ginge de nagels van dr voete vast-zitte an Naatje-van-den-Dam — en toen zei ’n andere koningin : Wel potdorie wat is dat nou weer? — En toen zei de burgemeester: da’s van Ka — Van wèlleke Ka, zei die andere koningin die d’r tande liet zien van kwaadheid — Van Ka met d’r lange hare, zei de burgemeester. Toen kon de koningin niet eten van schrik. Ze liet d’r varkenskluif-ie en d’r aardappele staan zóo boos als ze was en toen kwame d’r zes groote oorlogsschepe en die ginge an ’t schiete... Boem! Boem! Boem ! . . . Maar ’t hielp niet.. . Toen kwame d’r zesduizend arbeiders en die ginge hakke, dat de stukke tegen de rame vloge, tegen vijf-en-veertig cente per dag. En die werkten zeven dagen en nachten. Schrikkelijk, hè! . .. En ’t hielp nog niet! . .. Maar toen kwam ’r ’n groote kikker en die riep kwèk-kwèk-kwèk en toen viele de nagels af. Ze ware zoo dik als boome en zoo hard als steen. — Enne toen zei die koningin tegen de arreme mense: die magge jullie nou hebbe om ’r soep van te koke en toen ware ze allemaal blij en zonge tot diep in den nacht: „Wèg met die sosiale, leve Willem III!”... Enne toen . .. Enne toen ... Enne toen...

Ze was ingeslapen. Roerloos bleef ’k in de alkoof, bij het rustige ademhalen van mijn vrouw, bij het drukke, droge hijgen van mijn kind.

Op den dag van de crisis was er véél aanloop. Karel kwam sigaren brengen en Dirk, die ’k in weken niet gezien had, bleef ’n kwartier bedremmeld praten. Hij vertelde van de begrafenis van Stientje. Meijer was in een koets voor het sterf huis gekomen, was beneden gebleven. Duif, die zich „geneerde” om in koffiehuizen te komen, dronk thuis brandewijntjes met suiker en — oranjebitter. Ik vroeg hem niet hoé hij zich met Guus verzoend had. Hij sprak er niet over. De ouwe geslotenheid was over hem, het plomp-sterk-lijvige. Maar ik voélde zijn verdriet en zijn zorgen.

’s Middags een groóte verrassing. Er was een heer voor Geor-gine. In de gang hoorde ’k haar opgewonden-blij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.