Kamertjeszonde

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Koos Habbema

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1899

Overig
2ed

Pagina's
439



358

lk sméèk ’t je ! Nóu niet! Nóu niet!... Ach toe, hou je mond ... Verzoek ’m niet!” ...

„Kom wor kalm, Mol... Wié spreekt ’r van godslastering? Ik wil ’t je zeggen, nóg eens zeggen, nóg eens — dat ’r geen god is, die menschen straft omdat ze van elkaar houen ... Pijnig je zelf toch niet.. . Verneder god niet tot ’n stompzinnige ploert — God is geen ouwe orthodoxe dominee, geen fanatieke pastoor — stel je, als je dat wil, ’n god voor, maar dan één die schaterlacht om ’t gemier van de menschen, om d’r rotte, fatsoenlijk ge wurm !... En als Ka... maar daar moet je niet an dénken — ze had haast geen koorts —je moet ’r héélemaal niet aan denken — maar stél ’t geval dat ze... Dan is ’t geen straf van god, dan moet je niemand en niets vloeken of lasteren, dan motje blij blijven opkijken naar het Oneindige, trachten niet mee onder te gaan in de wanhopige verwarring van de stumpers, de ellendelingen die alles verwringen, bevuilen, verpesten !... Kom nou kind, kom vrouw ... Ik weet ’t beter dan jij !... Ik zal je toch niet beliègen !” ...

En in dezelfde moëe, verweekende wanhoopsstemming snikten we beiden.

„ ... Als ze maar niet dood gaat!”

„ ... Ze gaat niet dood.”

„Erger kan me niet overkomme”...

„Ik zeg je, dat ze niet dood gaat.”

„ .. . Als dat gebeurde !... Dat!... ’t Is zoo’n héérlijk kind ... En jij heb me zoo geléérd van ’r te houe... Want wéét je wel, toen je ’t éérst bij me kwam, die avond bij juffrouw Bok... toen zag ’k wel an je ooge, dat je d’r verwaarloosd von”...

„Dat von ’k niét,” verdedigde ik.

„Dat von je wél... En ’k was tóén ’n slechte moeder... want dat tooneel... en al de vuilike, die me achterna liepe...”

„Doe je geen verdere verwijte ... Ben je goed voor d’r geworden, toen je zélf ’n thuis had?... Ja, niewaar?,.. Je moest nu wat gaan slape, hè ?”

„Nee, ’k ga niet slape.”

„Je gaat wèl slape ... Ik zal bij m’n vrouw en m’n kind — hoor je, mijn kind — in de alkoof gaan zitten, op jullie passé. En dan roep ’k je tegen ’n uur of elf, hè ?... En dan zal ’k terwijl zachies koffie zetten.”

„Hè, ja, oome — kom u in de alkoof zitten? Vlak bij me?” „Ja, dot.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.