Kamertjeszonde

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Koos Habbema

Titel
Kamertjeszonde

Jaar
1898

Druk
1899

Overig
2ed

Pagina's
439



353

„O ben ü ’t!... Is dat schrikke ! Hè!”

Eenigzins verbaasd keek ik haar aan. In haar mond stak een doorrookte bruine pijp. Verlegen-grinnekerig lei ze ’m neer, blies een rookwolk weg.

„Wil u mij voor ’t kind ’n beetje heet water geven?”

„Seker. Wel-seker,” zei ze alfabel: „met plesier. Is ’t kind nog niet beter?”

„Nee, nog niet.”

Ze schonk wat water over. Terwijl keek ik vluchtig rond, zag dat de Doedelaars hun kelder voor woonkamer hadden ingericht. De grond was van rood-achthoekige tegels, de wanden van aangeslagen, schimmelig wit. In het kolenhok hadden ze ’n soort bedstee van withouten planken getimmerd. Hier huisden, sliepen, leefden ze. Het gaf me een zonderling-vinnig verwijt — dat — dat — dat fatsoenlijk miserabel, tergend barbiers-geleef in dien kelder van roode tegels, wit-beschimmelde muren, gekalkte balken. Ik er boven. In hun huiskamer, in hun alkoof. Zij scheen wel zoo iets te gevoelen, zei gegeneerd glimlachend:

„ ... We benne an de schoonmaak.”

„ . .. ’t Is hier héél gezellig. ..”, glimlachte ik stroef terug.

„ . ..Yin u niet?... Ja we krijge ’n nieuwe lamp en d’r komt ’n behangetje da-we vandaag sijn weese uitsoeke... Hier heb-u ’t water... As u niet genoeg het kan u meer krijge ...”

„Dank u.”

’k Stond al op de trap, toen ze me nog even nariep.

„ .. . Meneer . . . meneer ...” — haar stem schaduwde weg in verlegenheid — „ .. . u sou soms denke da’k rook, hè ? hè ?” . ..

„Welnee juffrouw, ik denk niks” ...

„ ... Siet u — ’k rook nóóit. .. rooke vin ’k viès .. . maar ’k ben soo swaarlijvig siet-u... en dan trek ’k wel ’s an de pijp van me man, siet-u, hè-hè-hè !... Begrijp-u ? ... Anders kan ’k in geen dage” . ..

„Natuurlijk. Natuurlijk... Da’s er héél goed voor.. . ’k ken ’n dame die preciés voor ’t zelfde sigaretjes rookt,”

„ ... Soo. Welsoo... Nou maar sigaretjes is voor ons mense te te duur, niewaar?... Ik trek maar is an de pijp van Jacob, hèhèhè!...”

„Morge of overmorge zal ’k u de resteerende tien gulde geve . .. juffrouw. .. ’k moet ’n heele boel geld ontvangen.. . dat ’r nog niet is”...

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.