dat de vroegere plagen niet aan het toeval, maar aan Gods straffende hand toegeschreven moesten worden. De terugkomst der arke baarde groote vreugde aan de bewoners van Beth-Sémes. Maar juist daardoor vergat men, haar met den noodigen eerbied te behandelen. Velen konden hunne nieuwsgierigheid niet bedwingen en wilden zien, wat er zich in bevond. Wegens deze misdaad werden zij door den dood weggerukt. Hierop werd de Heilige Arke door de mannen van Kirjath Je'arim naar Gib'a gebracht, waar zij geruimen tijd in het huis van Ahinadab bleef.
HOOFDSTUK LUI.
Samuel.Tegen het einde van het tijdvak der rechters begon zich een andere en betere geest onder Israël te openbaren. Door de rampen, waaraan het bij herhaling overgeleverd was geworden en vooral door den ongelukkigen strijd tegen de Philistijnen kwam men eindelijk tot inkeer en wilde tot den vaderlijken godsdienst terugkeeren. Samuel, die zijn opvoeder Eli als volksleider opvolgde, maakte van die gunstige verandering een voortreffelijk gebruik. In opwekkende en bezielende taal spoorde hij zijne broeders aan, geheel tot God terug te keeren, door alle sporen van het heidendom uit hun midden te verwijderen. Eerst dan konden zij zich van de Hemelsche genade verzekerd houden en den ge-vreesden Philistijnen het hoofd bieden. De goede gevolgen van zijn krachtig optreden lieten niet lang op zich wachten. Men verzamelde zich te Milspa, om zich door een offerdienst en het houden van eenen boet- en vastendag van zijne zonden te reinigen. De Philistijnen grepen op het bericht dier bijeenkomst, waarachter zij vijandelijke bedoelingen zochten, naar de wapenen en rukten naar Mitspa op. Israïls stammen stelden thans hun vertrouwen niet alleen in de wapenen, maar verzochten Samuel, Gods bijstand in te roepen. De profeet voldeed gaarne aan den wensch van het boetvaardige volk. Het was thans dan ook gelukkiger dan vroeger. De Philistijnen leden zulk eene gevoelige nederlaag, dat zij zich tijdens Samuels bestuur niet meer op Israëls grondgebied durfden vertoonen. Ook werden zij gedwongen, van alle op Israël vroeger gemaakte veroveringen afstand te doen. Ter herinnering aan deze