moesten zij hem dertig pakken leveren. Daar niemand iets van het voorval wist, zouden zij de oplossing onmogelijk vinden en dus de weddenschap verliezen. Tegen het einde van den bepaalden tijd drongen zij bij Simsons vrouw aan, om van haren man het antwoord gewaar te worden en het hun vervolgens mede te deelen. Deze list gelukte. Simson liet zich door de vleiende taal zijner vrouw verleiden, haar de oplossing te openbaren. Zij deelde daarop den bruiloftsgasten het geheim mede, die op den zevenden dag tot Simson zeiden: »Wat is zoeter dan honig en wat sterker dan de leeuw?” Hij begreep terstond, wat er geschied was. »Hadt gij niet,” riep hij hun spottend toe, met mijn kalf geploegd, gij hadt mijn raadsel niet opgelost.” Om evenwel zijn woord na te komen, ging hij naar Askelon, versloeg er 30 man en beroofde hen van kleeren, die hij onder de gasten verdeelde. Vol woede verliet hij zijne trouwelooze vrouw en keerde naar zijn vaderland terug.
Na eenigen tijd wilde hij haar weder bezoeken, maar vernam, dat haar vader haar inmiddels aan een ander uitgehuwelijkt had. Gretig greep hij dit als een nieuw voorwendsel tot wraak aan. Hij ving 300 vossen, knoopte deze twee aan twee bij de staarten aan elkander, waartus-schen hij achtereenvolgens eene brandende fakkel bond. Zoo joeg hij hen door de akkers der Philistijnen, waardoor al het rijpe koren en de olijfgaarden vernield werden. Toen zij vernamen, dat de held Simson hun deze schade berokkend had uit wraak op zijn schoonvader, staken zij het huis van den laatsten in brand, zoodat deze met zijne dochter omkwam. Simson liet de gunstige gelegenheid, om onder den schijn van gekwetst eergevoel, de Philistijnen nog gevoeliger te tuchtigen, niet voorbijgaan. Door zijn verbazende kracht velde hij in een oogenblik van opbruischende woede een groot aantal hunner neder. Hierop verliet hij hun land en begaf zich naar het gebied van Juda, waar hij zich in eene der kloven van de rots Ethatn verborg.
Toen de Philistijnen zijne schuilplaats gewaar werden, gelastten zij den mannen van Juda, hun den gevreesden held uit te leveren. Hoe ongaarne ook, moesten dezen daaraan voldoen. Simson liet zich door zijne broeders gewillig binden, maar verbrak, niet ver meer van zijne juichende vijanden verwijderd, de touwen als dunne draden. Daarop greep hij eene voor hem liggende uitgedroogde ezelskinnebak, waarmede hij een groot aantal hunner versloeg. Groot was de vreugde, die hij over deze schitterende overwinning smaakte. Maar wat baatte hem deze, daar hij gevoelde, dat hij weldra uitgeput door dorst, zou bezwijken ? In dit hachelijk oogenblik