grootheid en roem, voortleefden. Buitendien bleef Jeruzalem het middelpunt van den nationalen, voorvaderlijken eere-dienst; de tempel, waar de eenige God geheiligd werd, een sterke dam tegen den woesten stroom van heidensche begrippen. Al konden zich niet alle vorsten daarboven verheffen, maar volgde menig hunner het voetspoor van Israëls koningen, zoo werden de treurige gevolgen van hun wanbestuur weder spoedig uitgewischt door een edelen en vromen telg uit het Davidisch koningshuis, die zijn geheel leven wijdde aan den staatkundigen en godsdienstigen bloei van land en volk. Met dit al liet de tijdgeest zich niet geheel onderdrukken, maar oefende vooral onder het bestuur der laatste vorsten meer invloed dan de vermanende stem der Godsgezanten, die niets onbeproefd lieten, om de afgedwaalden weder tot het rechte levenspad terug te voeren. Noch hunne gemoedelijke vermaningen, noch de ernstige strafbedreigingen of de treffende schilderingen van de treurige tafereelen van Juda's val vermochten het rijk op te heffen uit zijn zieke-lijken toestand, zoodat het eindelijk, geheel verzwakt, bezweek onder de ijzeren hand van een machtigen wereld-veroveraar.
HOOFDSTUK LXXXIV.
Rechab'am. — Abia. — Asa.Over het algemeen schijnt Rechab'am een man geweest te zijn van een zeer veranderlijk en lichtzinnig karakter, ten gevolge waarvan hem — zooals wij reeds vroeger zagen — na den dood van zijn vader Salomo van diens rijk slechts de stammen Juda en Benjamin ten deel vielen. In zijne eerste regeeringsjaren behartigde hij de belangen van zijn volk, handhaafde den vaderlijken godsdienst, zorgde voor de verbetering der vestingen en van het leger, maar reeds in het vierde jaar van zijn bestuur «verliethij de leer Gods'1. De afgodendienst breidde zich sterk uit; door het geheele land verrezen offerhoogten en beelden, in bosschen en op heuvelen pleegde men een schandelijken afgodendienst. Ten gevolge dier godsdienstige en zedelijke verslapping werd de