de stad Samaria, die hij tot hoofdstad en residentie van zijn rijk verhief.
Wat het land door deze voortdurende woelingen leed, laat zich gemakkelijk begrijpen. Nog treuriger werd de toestand onder het bestuur van Achab, Omri's zoon en opvolger.
HOOFDSTUK LXXVII.
Achab en Izébel.Daar Achab, van nature minder slecht dan wel zwak en niet bestand tegen de kracht der verleiding, zich geheel liet beheerschen en leiden door zijne ontaarde vrouw Izébel, eene dochter van Ethbaal, den koning van Tsidon, overtrof hij al zijne voorgangers in goddeloosheid. Te haren believe vereerde ook hij den Phoenicischen Ba'al, liet daarvoor een tempel te Samaria stichten, plaatste daarnaast het beeld van Astarte (de maangodin der Phoeniciérs) en verzette er zich niet tegen, dat dagelijks 450 Ba'al- en 400 Astarte-profeten aan hare tafel aten. Met dezelfde gelatenheid duldde hij ook, dat zij in hare woede en verbittering tegen de profeten Gods, deze allen om het leven liet brengen op 100 na, die door een vromen hofbediende, Obadja, gered en in het geheim van levensmiddelen voorzien werden. Daar niemand den moed bezat, om tegen deze wreede en schaamtelooze vorstin op te treden, bereikte zij geheel haar doel. Het woeste en zedelooze Heidendom wischte de laatste sporen der veredelende ware Godserken-ning uit, ondermijnde den eerbied voor geloof en traditie ') en verbrak de banden eener wel geordende maatschappij. Men schuwde den meineed niet meer, deinsde niet terug, om onschuldig bloed te vergieten, verkrachtte het eigendomsrecht, kortom men bekommerde zich volstrekt niet meer om recht en wet, zooals uit het volgende verhaal duidelijk blijkt.
’) Zoo liet omstreeks dien tijd een zekere Chiël uit Beth-El, ondanks Josua’s streng verbod, Jericho herbouwen (zie bl. 58). Hij ontging de straf, door Josua over den her-bouwer uitgesproken, niet. Bij het leggen van den eersten steen stierf zijn oudste zoon, tijdens den arbeid verloor hij zijne andere kinderen, waarvan hem eindelijk het jongste bij de voltooiing der. stad ontviel.