Geschiedenis van het volk Israël

Titel
Geschiedenis van het volk Israël

Jaar
1891

Pagina's
200



12Ó

Hij bleef daar tot Salomo'a dood, die na een langdurig bestuur overleed Niettegenstaande den onbegonnen 6tap, door hem op het einde zijner doorluchtige regeering gedaan, • neemt deze vorst eene eereplaats in onder Jsraëls voortreffelijkste koningen.

Terstond na Salomo's dood keerde Jarob'um terug naar Sechem, de hoofdstad van den stam Ep kruim, waartoe hij behoorde. De ontevredenheid, die zich thans onder Israë/s stammen begon te openbaren over de zware opbrengsten voor ’sko-nings weelderige levenswijze, nam door Jarob'ams opruiende taal zoo toe, dat men besloot, Salomo's zoon en opvolger, Rechab'am, nog niet als koning te erkennen, maar hem eerst te Sechem te ontbieden, om hem met den volkswil bekend te maken. Deze verscheen in eene talrijk bezochte vergadering, waar men hem gebood, de belasting aanmerkelijk te verlichten, zoo hij zijne aanspraken op den troon wilde doen gelden. Hij vroeg drie dagen uitstel, om over dit vooistel na te denken. In dien tijd raadpleegde hij de oude en verstandige raadslieden zijns vaders, die hem aanspoorden, het volk ter wille te zijn, om het daardoor voor goed aan zich te verbinden. Geheel anders daarentegen was het gevoelen ziiner jongere en onervaren vrienden. In hunne lichtzinnigheid en onbesuisdheid raadden dezen hem aan, zich volstrekt niet om den volkswil te bekommeren, maar stoutweg te verklaren, dat hij de belastingen nog verhoogen zou. Met dit antwoord keerde hij naar Sechem terug. »Mijn vader,” sprak hij, » heeft u een zwaar juk opgelegd, ik zal het nog zwaarder maken: hij tuchtigde u met' roeden, ik zal u met schorpioenen kastijden.” Deze overmoedige en uittartende taal verbitterde de talrijke menigte, die van alle kanten in onstuimige woede uitriep: «wij hebben geen deel meer aan David, geen erfenis aan den zoon van /laai: naar uwe tenten, Israël!" Rechab'am wilde nog eene verzoening tot stand brengen door bemiddeling van zijn schatmeester Adoniram, maar deze werd door het vertoornde volk gesteenigd. Het zou zich wellicht ook aan hem zelf vergrepen hebben, zoo hij niet in allerijl naar zijne hoofdstad gevlucht ware. Alleen de stammen Juda en Benjamin (waarschijnlijk ook Simon, wiens gebied geheel door Juda ingesloten was) bleven hem getrouw, terwijl de overigen Jarob'am tot hun koning kozen. Het bloeiende en machtige rijk had dus zijne eenheid verloren en zich opgelost in de koninkrijken Israël of Ephraïm (de tien stammen) en _/Wa, waarvan wij thans ieders geschiedenis afzonderlijk zullen behandelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.