IIO
een tweeden zoon, Salomo, door Nathan Jedidja •) genoemd, maar zware rampen ten gevolge van hofintriges, familiestrijd en burgertwisten stonden hem nog te wachten.
HOOFDSTUK LXVIII.
Absalom.Volgens de zeden der oostersche vorsten was David met verscheiden vrouwen gehuwd. Eene dezer, Ma'acha, had hem twee kinderen geschonken, eenen zoon Absalom en eene dochter Tamar. Deze Tamar werd door Amnon, een anderen zoon van David, schandelijk behandeld, wes-halve hem zijn halfbroeder Absalom, die zijne zuster wilde wre-ken, doodde. Uit vrees voor den toorn zijns vaders vluchtte hij naar zijn grootvader Talmai, koning van Gesur (in Syrië). Na drie jaar bracht Joab door de volgende list eene ver-zoening tot stand tusschen vader en zoon. Op zijn aan-raden verscheen eene wijze vrouw uit Teko'a, in rouwgewaad gekleed, voor den koning en deelde hem onder geween mede, dat haar overleden man haar twee zonen had achter-gelaten, waarvan de een den ander in toorn gedood had. Daar nu hare familie bij haar aandrong, den broeder-moordenaar uit te leveren, om hem met den dood te straffen, liep zij gevaar, weldra geheel kinderloos te worden. Zij deed daarom een beroep op ’s konings medelijden in de hoop, door zijne tusschenkomst in het bezit van haar eenigen zoon te blijven. David beloofde haar dit. Weldra begreep hij echter uit den verderen loop van het gesprek, door wien en met welke bedoeling haar deze woorden in den mond gelegd waren. Ilij gaf verlof tot Absaloms terugkeer, maar stond hem niet toe, in zijne tegenwoordigheid te ver-schijnen. Reeds twee jaar leefde Absalom te Jeruzalem, zonder tot zijn vader toegelaten te worden. Hij liet Joab ontbieden in de hoop, dat door diens tusschenkomst eene volkomen verzoening tot stand zou komen. Toen deze echter voortdurend weigerde bij hem te komen, liet hij diens gerstakker in brand steken, waardoor Joab genoodzaakt was, zich tot hem te begeven. Bij de eerste samenkomst overreedde hij hem, aan zijn verlangen te voldoen, zoodat hij eindelijk door zijn vader weder in liefde opgenomen werd.
1j ילידיה, geliefde van God,
T I •I