2o6 Avondje uit.
„Nee pa, ze drinkt kwast,” bevestigde Roosje: „en de heer die bij d’r is drinkt bier”____
„Wel allemachtig”, stree pa: „ze dronk uit9n kóp”....
„Dan zal ze éérst sjokola en dan kwast gedronken hebben,” suste de wijze galant.
„Hoe kan men sjokkola èn kwast tegelijk drinken!”, schouderschokte pa: „daarnet heb-ie óók zoo gestre-jen.....
Over kwast óf sjokola kibbelden ze nog wat, maar vérder zaten ze den héélen avond an de pilaar en den grijzen hoed vast.