Falkland belegerd. 153
danst die of gene uit het geheugen-clair-obscur omhoog — vroeg of laat presenteer ’k magen, bloedverwanten, boezemlui, vrouw, vrienden etc. in de geduldige portefeuille-omslagen van dit schetsboek. Men zuigt geen lévende figuren uit de toppen zijns vingers : het fundament van alle fantasie is werklijkheid — èn, om weder op m’n geval aan te stuwen: gànschelijk onbekend in die dagen van Falkland-in-z’n-éérste-tien-tallen, had ik allerminst gedachte dat het huis, het huis van één, twéé, drie-hoog zichzelf in den onschul-digen spiegel zou weerkaatst zien.
Wie het eerste de krant met het feuilleton in z’n handen kreeg, weet ’k niet. Wie de enorme voelhoorns bezat om onder zooveel maal honderdduizend huizen dat van de juffrouw-met-de-roode-koonen, de fletse juffrouw, de peenharen juffrouw te ontdekken, weet ’k nog minder. De een of andre marqué moet den obscu-ren Falkland verraden hebben ....
De schel ging beslist en brutaal over.
Gemoedelijk slofte Falkland gangwaarts. Zes uur namiddag: rust van beertjes.
Zóo was de deur open of een stevige schoen mat den scherpen hoek van de deur en stoep als volgt: