Zij wil z'n portret ____149
stukken in z’n hand, trok de photograaf het doek weg, kwam het portret van den goedigen smid, die eerst na z’n dood véél liefde ondervond, in wording — de pijp in den besluitloozen mond — de pet op het vreemd-bleeke hoofd — de hand stillekes op de tafel, waar de kofïiekommen stonden____