Zij wil z!n portret ____143
En niettegenstaande zijn aard voor den uiterlijken waarnemer geen aanleiding tot huiselijke kwesties scheen te geven — de sterke lobbes dronk niet, keek niet naar andere vrouwen, hield zich met geen boosaardige kameraden op, had geen nijdasserig humeur, noch keukepieterigen aard — werd bijna eiken dag het evenwicht — van vréde was in het geheel geen sprake — verstoord door zeer vinnige, zeer herhaalde, zeer langdurige handtastelijkheden.
Zij, een snauwrig bij-de-hand wijf, ’n vrouw met scherpe grijze oogjes, gemarkeerde sproeten, priemneus, stevige jukken, rullerig vlashaar, kwaadsprekerig en eminent van kijftoon-langlijzigheid, regeerde d’r voorkamertje (tweehoog), d’r portaaltje (twee hoog), d’r keukentje (tweehoog), d’r onderworpen man (tweehoog).
Als ie asch uit z’n pijpje morste — te heurer eere zij gestaafd dat alles glom — drensde ze ’r een kwartier op los.
Dan verloor-ie z’n geduld, antwoordde bescheidenlijk en de ruzie stéég dusdanig dat driè-hoog-achter de stoelen hoorde bonsen, borden-gekerm vernam en de hééle trap den volgenden morgen het smidsgezicht, als een kop met veel kleine barsten aanschouwde.
Dit is alles historie, lieve lezer, historie zonder schmink of vertjes.
Waarom zouden wij het leven dat zich ook zonder onze inmenging herhaalt en vernieuwt, flatteeren of chargeeren ?
Om welke onbelangrijke of belangrijke futiliteiten de smid voorts be- en mishandeld werd, waarom hij