Mr. Samuel Falkland. 135
voelt — een amateur-in-de-rechten telt lichtelijk de knoopen en knoopsgaten van z’n vest alvorens te roeren in wat ’n ander zóo heeft aangepakt dat-ie met kleurtjes op de wangen en oogen van opgewondenheid vanzelf zwijgt.
Ik keek k a 1 v e r ig. De zaak was eenigszins penibel.
En dan, naar mijne meening, lag en ligt het meer op den weg van een advocaat beesten-van-mannen tot rede te brengen, dan op dien van een auteur.
Ja, als de laatste bijvoorbeeld in een veel gelezen blad een entrefilet mocht of kon plaatsen, met een vet hoofdje :
WAARSCHUWING!!!
Bij dezen geef ik den heer IJ. Z. in overweging van af heden z’n vrouw beter en menschwaardiger te behandelen, daar ik hem anders eerstdaags in een uitvoerig artikel aan dekaak zal stellen. — Falkland.
, als derglijke journalistiek veroorloofd ware, zou ongetwijfeld ’n advocaat het afleggen tegen ’n auteur, maar zulke sommaties zouden niet alleen op den duur heur uitwerking verliezen, doch vrees ik daarenboven dat het bij bladen-tal van een krant door deze dreigementen niet te overzien ware.
Aan iegelijk z’n afgeperkt terrein.
Bijgevolg keek ik kalverig, zeide: „ik geloof dat u beter zult doen naar een advocaat te gaan.”
„Méént u?”, zei de naaister, nu plotsling verlegen van gebaartjes.