104 Visite.
niet van mot — moet ik dus als kronijker verklaren dat mijn dokter zenuwachtig hapte bij de gedachte aan den héér in de wachtkamer die N°. 57 ènNo. 204 was gepasseerd, om op No. 191 hulp te zoeken — mooglijk voor diabetis, galsteenen, sarcoom of een ander naar geval.
„Hè, toe, laat’m niet zoo lang wachten”, zei Marie: „als die nou wéinig tijd heeft. .. .”
„Héél goed,” knikte schoonpapa: „eet maar op je gemak — ze moeten altijd wachten bij ’n dokter met ’n drukke praktijk ....”
„En gesteld dat je *aan ’t opereeren ben,” phanta-seerde Adriaan: „nee eerst ’n kopje koffie.”
De koffiekan neeg weer naar de snoepige japansche kopjes, bottelde haar zwart stroop-je op de suikerlaagjes.
Mama prikte de laatste erwtjes, papa smeerde een beschuitje. Adriaan hompte een blokje kaas. Maar de gezellige rust van straks was er door het trrrr èn door de voetstappen uitgejaagd.
Je moet aan emoties wennen.
Met één zetje slokte Adriaan z’n japansch kopje leeg en luchtig z’n snor af-servettend ging-ie de zij deur door naar de studeerkamer.
„Wat zoo’n man toch geleerd moet zijn,” peinsde mama: „elk oogenblik kan-ie voor de akeligste dingen komen te staan — en toch zoo sekuur....”
„Ik zou,” redeneerde papa: „ik zou altijd ’n beetje bang zijn voor infectie.... Je weet nooit...”
„Och kom pa,” lachte de dochter: „daar hebben w ij carbolzeep en sublimaat voor ....”