Visite. 103
kat in ’r duim (allebei duim-wonden) — was gebeten.
Maar omdat ’r bij den kruidenier ’n maandboekje stond — was ’t met gesloten beurzen verrekend.
’n Fatsoenlijke betalende, op het spreekuur van 1 tot 2 komende patiënt was ’r zuur genoeg niet geweest.
En de zorgjes der installatie begonnen nou de paar spaarduitjes öp waren, benauwend te drukken. Je stand moest je ophouen — de paar kennissen bij wie je visites aflegde, kon je natuurlijk niet anders dan jaarrekening zenden — zènden op de pof — want kennissen rekenen ’r doorgaands op gratis te zieken — èn de bus-patiënten kwamen nu juist óok niet met zwermen opzetten vanwege de medische hulp op 57 en 204.
Aan de oude luidjes die voor ’n dagje over waren, mocht je niet klagen. Die waren zelf niet bemiddeld, voelden zich knus-knus nou d’r dochter zoo’n nèt huwelijk met ’n dokter had angegaan. Integendeel voor diè hadden ze vandaag met ’t twaalfuurtje ’ns bijzonder uitgepakt.
Anders ’n boterham met zure zult of ’n ei — nou *n busssie kreeft (van den kruidenier-patiënt), *n bussie erwtjes (dito), purée van aardappelen, sardines (dito), ontbijtkoek (dito), abrikozenjam (dito), kannebier (dito).
Het geheel voortreffelijk déjeuner zat op het boekje — terwijl de duimen slechts vijf visites hadden opgeleverd, van hém één, van haar (uit vreeze van kater-dolheid) vièr.
Op gevaar af het wederom aan den stok te krijgen met bevriende en niet-bevriende medici — ’k houd