i oo Visite.
stander ben van tot in de haarwortels der dingen doordringende levens-, gemoeds- en momenten-analyse.
Wij kunnen nooit té sekuur emotiën, gebaren, uiterlijkheden neer-etsen.
Mede met hare wimperen wimprend, boog Marie het hoofd naar de trillende lijn van het trrr----
De koffiekan die bruine plompjes in ’n snoezig ja-pansch kopje aan ’t klukken was — ’t éérste kopje met weerbarstig schuim, zocht ’n rustpunt op ’t presenteerblad, geraakte in dezelfde zwoele verwonde-ringen als de menschen om de tafel. Haar tuit piekte naar ’t raam — haar klep wijdde omhoog als de mond van ’n ouwe juffer die een knal in avondstilte beluistert.
En zelfs 't koffiewasempje uit de tuitopening had iets van hijgend luistrend gesnuif. Vooral luisterend. Het heele fel-klaar moment was luisteren en luist-ring. Alles luisterde — de kopjes, de borden, de glazen, de kaasstolp, de fruitschaal. De kanarievogel zat stil bij ’t zaadbakje — en — én Adriaan, nou die was natuurlijk ganschlijk hoekig en pafgestooten van pure verslagen trrrr-attentie.
Z’n mond, onbehoorlijk gevuld met erwtjes en vernielde kreeft-deelen, kauwde niet, builde niet, kaakte niet.
Z’n vork die pas gecirkeld had in ’n vettig sausje van aardappelmoes en bus-saus, rustte willoos en insi-piede — z’n oogen keken star naar den rand van ’t bord — z’n neusvleugels stonden stram — z’n snor« punten kromden zonder één haar-trillinkje.