DE ZEVEN VETTE DAGEN
in de buurt. Elk mot z’n beurt hebben, zegt mevrouw. En nou u weer op de been is... niewaar ?
De man. Ant, bik jij dan nog maar is raak.
De kraamvrouw. Nee, we zeilen gelijk op deelen. (Stilte, gesmak en langzaam gekauw).
Het dienstmeisje (de schalen inpakkend). Nou, goeien avond samen. Ik mag nog wel eens kommen hooren, hè? Goeden avond.
(De deur slaat dicht De man droogt z'n snor met z'n rooden zakdoek. De vrouw neemt de zuigeling en geeft ’t de borst).
Schetsen Falkland. II.
10