108 BEWOGEN WITTEBROODSWEKEN
De smid houdt in z’n zwarte, stevige vingers ’n verkreukelde factuur:
Amsterdam, 5 Aug. 1896. Den Heer Jan Zandberg.
Debet
aan GEBR’s AKER.
TELEGRAM-ADRES: AKER. Voor aan UEd. a contant geleverd:
2 gros doosjes Diana . .
/
28.80
2 n v> n • •
57.60
2 „ „ „ . .
• • • 35
w
100.80
/
187.20
Nou vraag ik u! Nee maar, is dat niet verschrikkelijk? God, meneer, we zijn maar arme menschen. ’t Beetje goed dat hier staat, dat steenen goed en die geëmailleerde potten en pannen, is in dépot. Wat mosten wij met bij de tweehonderd gulden beestenpoeier doen? Reken maar ’s uit! Hoe wou je negen honderd ... Acht honderd vier en zestig .... kleine en groote doozen beestenpoeier hier slijten. D’r zijn in ’t heele dorp zóóveel vlooien en kakkerlakken niet.”
„Nee,” zegt de vrouw: „de menschen zijn hier allemaal zindelijk.”
„D’r wonen hier nog geen zestig gezinnen,” rekent de smid.
„Wat mosten wij doen met negen honderd doosies!... Da’s hier in geen tien eeuwen te ver-koopen!”
„Ja, en ’t mot je gebeuren om met zooveel beestenpoeier dat je niet gekocht heb, als je twee weken getrouwd ben, in je maag te zitten!”