DORPSBARBIERIN.
Barbierin of Barbierès? Alweer een ingewikkelde quaestie voor den Nederlandschen Kappersbond èn het Taal- en Letterkundig Congres.
Het lage huisje heeft een kleine, groene deur met horren en een venster, half geel gordijn, half ouw-bakken sigarenkisten.
Achter een der horren is een bordje van karton met hortende inktletters.
BARBIER.
Boven de a plakt een dooie vlieg, onder de b is een gedroogde duizendpoot, onder de r een vetvlak met filialen.
Falkland klopt aan, opent de deur.
In de groote boerenkamer is een vrouw bezig met een schreeuwende zuigeling.
„Is de barbier thuis?*
„De barbier? Die is dood.*
Komiek antwoord.
„Mor-gen!”
„Hé! Mot u geschoren worden?”