OPEN BRIEF.
studiën, zou het slechts dienstig wezen als dephy-siologie der school zich meer met den m e n s c h, dan met kikvorschen, konijntjes en honden bezighield, en in het oog hield wat voor den arts strikt noodzakelijk is om te weten. Wat aan het levend ontleed dier gezien wordt, kunnen de vivisectors ook aan het pas gedoode zien .... Het moest wettelijk verboden worden, op de scholen de gapende menigte openlijk over gruwelen te onderhouden, waarvan de resultaten zoo dikwijls tegenstrijdig uitvallen.
Bij deze wetenschappelijke verklaringen voel ik mij verheugd, raakt het beste deel van mijn ik aan *t popelen.
Er schijnt zon in dezen tijd.
De luchten worden violet, purperrood.
Bij manden vol dragen ze brochures aan, brochures waarbij je gevoel bewogen wordt, je hart teeder klopt, je hoofd vrindlijkpleizierig denkt.
Laten we toch allen voor die dingen ijveren, laten we opkomen voor de verdrukte kikvorschen, voor de gemartelde konijntjes, voor de gepijnigde honden.
Laten wij ganschelijk verlicht de 20ste eeuw ingaan !
Laten we ....
Maar het is laat. Mijne redeneering wordt verward. Totaliter ben ik de kluts kwijt. Dat kun je bij tijden alleronaangenaamst hebben. Je begint met
’n kop en de staart glibbert weg____Mag ik nog — vóór
ik geheel divageer — U de groeten overbrengen van Coba-met-den-kiespijndoek?
In haast èn verward,
S. Falkland.