VERBROKEN HUWELIJK. 123
Aangekleed bleef ze liggen op de sprei, huilend, heel zachtjes, héél heel zachtjes tot ze insliep.
Om vijf uur was hij al op, ongelukkig om het gebeurde. Zij had gelijk. Toon en Karel waren... * Maar wat gaf ’t dat nóu te beredeneeren. Over een paar uur stond de meid op en om acht uur kwam die wekken met een kop thee. Ongerust klopte hij aan, nóg eens, nóg eens.
„Toe Annie! Doe open! Ik heb ongelijk! Toe nou! ”
Zij wakker geschrikt, hield zich stil.
„Annie! Annie-ie-ie! Annie-lief! Annie ik heb’t hier zoo koud! Annie ik vat hier kou! Kom nou! Wat moet de meid wel denken! ’k Zal ’t nooit meer doen, nooit meer! Ik ben een schurk, een inbreker, alles wat je maar wilt! Toe nou!”
Ze begon medelijden te krijgen. Maar als ze nü toegaf was ’t voor goed bedorven ! En ’t was ook niet meer te verhelpen ! ’t Contract was verscheurd en daarmee was alles uit.
„Annie-ie ! Engeltje !.. . Zeg dan tenminste of je slaapt! ”
Geen antwoord.
„Annie, als je geen antwoord geeft, ga ’k de meid roepen !”
„Ga maar weer naar je bed!”
„Nee! Ik blijf hier in de gang zitten !”
„Mij goed !”
„Toe nou! Wees niet koppig! Ik heb me laten overhalen! En nóóit, nóóit meer! Ik doe ’n eed achter de deur!”
Zij zachtjes aan het lachen. Hij dee altijd zoo grappig en wist je zoo in te palmen !
„Nee! — Ik wor nooit meer goed met je!”
„Dan blijf ik hier voor de deur zitten!”