BUREN.
„Ik ook niet,” zei mevrouw fluisterend.
Als ’r gescheld werd, schrikten ze. Als naastan gescheld werd, schrikten ze. Ze sliepen eerst laat door de huiverende stilte — eerst tegen vier uur, toen ze gewekt werden door ’t bekend, snerpend gehuil.
„Goddank,” zei mevrouw.
„Goddank,” sprak Brutus: „hij heeft’t niet gegeten.*
„Arme Cees,” zuchtte mevrouw: „wat 'n leven heeft ’t dier!”
„Daar,” riep meneer, ’t raam openschuivend en ’n klontje keilend.
„Waaaf! Waaaaaf!”, snauwde Caesar.
Tegen ’t n a j a a r werd-ie tuin vast,
3 Januari 1903.