HENRI KEER TERUG. 189
uwer ontevreden critici, het keel-kroppig geroep om „modern art”, moet ge niet tè serieus nemen. Shakespeare èn draken — wat wilt ge meer, dear Sirs? Schroeft ’n Falkland niet op! Hij, dit tot zijn onvergankelijke eer, laat zich door niémand te grazen nemen, niet met lof, niet met blaam. Hij kent z’n plaats in z’n tijd, heeft den glimlach eens adders, daar de duivel....
Henri keer terug! ....
Als vertooner der zeven rollen in De jonge Jan hebt ge een Engelsche pers verkregen, zóó bewonderend, zóó ophemelend, zóó lyrisch-dronken, zóó vernietigend voor Engelsche tooneelspelers, dat uw opgewonden oogen waarschijnlijk een cancan sloegen in de feesthal uws hoofds. Gij waart de eenige niet. De meeste uwer landgenooten, dierbare vriend, ver-knuffelden in nationalen trots, aten zich eene indigestie aan ’t Spaansch enthousiasme der Hollandsche dagblad-correspondenten. Een dier hyper-begeester-den, in delirium van kunstzaligheid, pende met vètte letters boven zijn proza: Henri de Vries te Londen — Succes in Engeland — Schitterende aanbiedingen — Plannen — Een week in Nederland — Een De Vries-hulde... Aan ’t slot van dien glorierijken speech, die zelfs een beroepsinbreker verlegen zou maken, zingt de kunst-zalige:
„Als artist behaalde hij hier een veel mooiere overwinning, dan een veldheer op het slagveld. Hier te lande zou men een kunstenaar, die in het buitenland den roem der nationale kunst zoo hoog hield als De Vries het onze kunst hier deed, een feestelijke ontvangst of huldiging niet onthouden. Kan er daarom ook in ons land inderhaast niet iets worden georganiseerd, een feestmaaltijd of zoo, om in de week, dat De