CHRYSANTEN. 175
an ’n ander cadeautje — maar jullie hebben zoo alles — zoo letterlijk alles — toen ben ’k even vlug naar den bloemist gegaan — en heb ’n levenden pot uitgezocht — van afgesnejen bloemen hou je niet — dat zei je nog gister — oppassen dat ze niet bevriezen — en góéd onderhouen hoor!” Telkens ’t weerbarstig haar met kleine klopjes bemeppend, babbelde ze in één rateling door, opgewekt de vriendin in het spiegelglas toeknikkend.
Annie met den rug naar haar toe, maakte ’n plaats in den bloemenstandaard en nou ’t rappe, jonge geluid in antwoord-wachting knapte, zei ze gedwongen-vriendelijk:
„ . .. . Zeker — Dat hoef je niet te zeggen — ze zijn beeldig — ’k had geen idee dat ’r in die kou al zulke mooie chrysanten waren — heelemaal geen idee” . ..
En ineens liefjesweg, in denzelfden koud-harte-lijken toon, vroeg ze de vraag die ’r al ’n half uur had bezig gehouen, die 'r bleek had gemaakt: „Is Frits met je mee wezen koopen ?”
„Frits?” zei Lisette verwonderd, zich plots omkee-rend: „Frits mée wezen koopen? Hoe kom je daar op? Dan zou ’t toch geen verrassing voor jullie geweest zijn?”
„’k Dacht ’t zoo — omdat-ie oók voor ’t ontbijt uit is gegaan en nog niet terug is”.
„Da’s toevallig!”, lachte Lisette; „twee langslapers vallen uit d’r bed en doen boodschappen zonder mekaar te ontmoeten ! Je heb je sekuur vergist — ’k wed dat-ie nog onder de wol leit.. .
„Néé,” lachte Annie mee, gerustgesteld. Plots stapte ze op Lisette toe, nam 9r hoofd in de handen en dankbaar, opgelucht door ’t weten dat ze niet samen geweest waren, geen apartje hadden gehad, half-met-berouw dat ze de laatste dagen om ’t