EEREZAKEN. 187
Knikkel, ex-stukadoor. En het heele huis van de twaalf bellen in de Jacob van Campenstraat bracht ze in de weer met haar papieren.
Terwijl was Juffrouw Maandag even verwoed ook naar beneden gekomen, het haar onopgemaakt, het boezem-vleesch rijkelijk drillend in het loshangend jakje. Juffrouw Jansen van de 4de bel, links, en juffrouw Dijkhuis van de 3de bel, rechts, stonden nog op het portaaltje te redeneeren met juffrouw Appels van de 4de bel, rechts. Juffrouw Maandag hield stevig de trouwacte in haar beide handen, het secüüre document dat ze getrouwd was met Hendrik, Karel Maandag op den 12en Maart 1893. Nou dat loog niet. — Dat stond zwart op wit. — En wie daar wat op an te merken had ? En öf ze getrouwd was of niet ? En dat ièdereen ’t weten mocht! — Opgewonden ging ze naar twéé hoog, toonend de acte aan weduwe Schaap van de 2 de bel, links, en an juffrouw Boon, die allemaal de herrie gehoord hadden — en of zij d’r an doen kon as die man van de kolen zoo laat kwam, niewaar ? . .. en of... Maar weduwe Knikkel, die zoover klaar was, moest het groepje voorbij en dat gaf nog even een kortdurende, tragische scène, ’n gevlam van oogen, 'n gezwaai met trouw-actes.
„Mijn papiere zijn in order!”
„Jij kan wel zooveel bewere !... Hier hè-je mijn acte! *
„Dat kan wel de acte van je zuster zijn!”
„Me zuster! me zuster!... Dat lór van jou wil ’k nog niet-eens om me man z’n boterhamme!"
„Haar man ! Haar man! Die kerel noemt ze d’r man !*
En weduwe Knikkel liep h o o n e n d door naar juffrouw Kruit, van de 6de bel links.