116 MEENINGEN OVER S. FALKLAND.
denken dat ik dankbaar ben voor beentjes en voor brood. Onder ons gezegd hecht ik niet het minste waarde aan het kwispelen mijner staart. Zulks beschouw ik als een reflexbeweging.
Toos: Hij is verduiveld egoïst. Dat gaat maar uit en laat ons thuis. Met welk recht, vraag ik ? Het is ongezond aan een ketting te liggen. Wat zou hij zeggen, wanneer wij hèm aan een ketting leiden?
Boddy: Indien de natuur het in hare bedoeling had ons te martelen, had zij ons mèt ketting doen geboren worden.
Tips: O zoo! Ik lijd aan slechte spijsvertering. Hij is een tyran.
Boddy: En waarom doe je dan zoo mal, als hij je mee neemt op straat.
Tips: Primo omdat ik verheugd ben eens iets anders te zien dan altijd diezelfde kamer en altijd dien man met zijn houtjes-gewurm boven een tafel.
Toos: Wat zou hij doen zoo een ganschen dag.
Tips : Dat schrijft!
Boddy: Ja-ja. Dat schrijft!
Toos: Welk een bezigheid! En welk een over-dwaze ambitie.
Tips: Hij is verregaand ijdel, schrikbarend ijdel.
Boddy: Hij werkt voor de onsterfelijkheid.
Tips: God-beter-me!
Toos: Ik vind het geenszins genoeglijk met hem te wandelen. Als ik niet bij hem blijf en te veel boomen of lantaarnpalen beruik — wat toch ontegenzeggelijk zekere genieting in zich heeft — slaat hij mij. Welk een hersenloos individu. Bij eenig nadenken zou hij kunnen begrijpen dat het niet alles is uren lang een paar afgetrapte broekspijpen en scheefgeloopen bottines te zien.
Tips: Hij is niet toerekenbaar.
Boddy: Hij is — permiteer mij het woord — een