(.ttonden-afternoon-tea.)
Het volgende wordt gesproken op het erf achter Falkland’s huis. Boddy, een groote roodharige erf-hond; Toos, een puck ; Tips, een schoothondje. Verder: vliegen, muggen, mieren, een pot rijst enz. Later een poes. Een deur slaat dicht.
Boddy: Is hij weg?
Toos: Hij is weg.
Tips : Laat ons profiteeren om kwaad te spreken.
Boddy: Hij is leelijk.
Toos: Hij is inderdaad leelijk.
Tips: En welk een néus;
Boddy : Wat z i e n wij in dien man dat wij voortdurend kwispelstaarten als hij verschijnt en blijdelijk janken ?
Tips : Wanneer ik kwispelstaart doe ik zulks meer omdat de vliegen mij hinderen; in de tweede plaats omdat mijn staart toch voor iéts moet dienen — gekheid is gekheid: wanneer je een lichaamsdeel niet gebruikt vergroeit het en een vergroeid staart-been, zooals hij er een heeft, zou mij niet passen; — in de derde plaats gun ik hem het genoegen te