i78 NEST ZONDER EI.
De lieve zwartkop die met z’n kop in den lee-gen zaadbak lei, den zaadbak waarin geen zaadje meer te bekennen viel! Ach, ach, ach!
Ze was nog net zoo lief zélf van honger omge-kommen.
’n Beest dat niet vragen kan, dat zich zelf geen portie vreten kan toedienen, dat af mot wachten____
Jessus, jessus — ze zou meneer en mevrouw niet in d’r oogen durven zien, as ze van de reis werom kwammen ..,.
Riek begon te snikken van angst en chagrijnigheid — de tranen stommelden met schuddinkjes en rukjes over ’r dikke wangen, ze snoot ’r neus dat ’t heele leege huis ’r van toeterde.
Nichie Mien, die in de keuken te wachten zat
— meneer en mevrouw wouen geen vreemden in huis as ze ’r niet waren — schuifelde voorzichtig de loopertrappen op, stiet de kamerdeur open, zei verschrikt:
„ .... Tante!.... Heb-ie je bezeerd, tante?” ....
„Nee,® snikte Riek, vierkant van mond en neus-trekken, haast niet in staat de gruwelijkheid te vertellen: „Neè— de pieters zijn dood”....
„De pièters,” aarzelde Mien, niet begrijpend — maar nou tante naar de kooi wees, liep ze er op toe, keek door de tralies naar de verpropte kanarie-lichaampjes, de gele kwakjes met de verslapte veeren en ingetrokken pooten, keek vanzelf naar den lee-gen zaadbak, zei angstig:
„ .... Jeetje, jeetje” ....
„Wat zalle ze zegge,” .... griende Riek.
„Heb-ie vergeten ze vreten te geven?” vroeg Mien, zachies pratend asof iemand luisterde.
„Niet an gedacht,” huilde Riek en in eens zich verontschuldigend: „’k dacht dat de bak vól was
— meneer had ze pas gegeven — ach, ach ach”....