136 DON LEANDRO FERNANDEZ DE MORESCO.
Quaresma Isabella de Moresco, evenwel vermeenend dat hij bedoelde of zij gewoon met het oog op inbraken etc. de deuren van het kasteel geïnspecteerd heeft, roept glimlachend: „V o o r w a a r, mijn zoon!” En deze uitroep, schijnbaar sarrend, drijft plotseling het zuidelijk bloed naar het verhitte brein van den krijgsman, wiens karakter ik kortelijk beschreef. Hij trekt inwoedeontstoken (geenszins met voorbedachten rade) zijn dolk, stoot toe. Een rauwe gil weerklinkt. Bloed verft de handen, het kuras, het aangezicht van den moeder-moordenaar. Ontzet springt hij op zijn ros (achter de coulissen) geeft het edele dier de sporen, rent heen in het nachtlijk duister, terwijl de bloeddruppels langs de teugels glijden ....
S. FALKLAND.
Om den lezer echter niet in het Onzekere te laten, daar de mogelijkheid bestaat, dat ik met het oog op de ingewikkelde situaties, eerst over een jaar of zoo vervolg, meld ik voorloopig dat Bajadoz en niét de moeder getroffen wordt.