ii8 NIEUWE TIJDEN.
jongen — je mot zeggen je suis été — ik ben geweest *
„Nee vader/ zei dan de jongen: „de meester zegt j’ai été* ....
„Zóo,” redeneerde 't mannetje wijs: „in ónzen tijd, zeien we altijd je suis été — maar as de méester ’t zèit — dan is de uitspraak veranderd” ....
En ’s avonds — in den tijd dat-ie vroeger al sliep, las-ie hardnekkiger de schriften en boekjes van ’t jogje.
Zijn vader had-ie in zijn jeugd niet zooveel moeite gegeven....