Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



z’n pijp in de hand, keek met één bibberend, schokjes-spuwend oog. ’t Tweede hield-ie gesloten zóó plat en gewrongen, dat ’t ooglid als ’n verdord erwtepelletje verpropt lei. ’t Gaf ’n algemeene rimpel-trekking in z’n gelaat. De linker wang builde angstig op, de rechter mondhoek trok zurig omlaag in de bruine stoppels van z’n week-baard.

Oom Jozef, klein week mannetje, met ’n aanvettend hangbuikje, ’n schommelenden gouden horlogeketting, ’n stel bleeke, weeke handen met véél zware gouden ringen, neeg eveneens achterwaarts. Z’n oogranden waren rood en ontstoken, leken rooder, ontstokener achter het vet-glimmend gouden lorgnetje. Oom Jozef knipperde langzaam, knipperend als iemand die wel wéét dat z’n oogen beveiligd zijn voor spattingen en ontploffingen, maar toch voor alle zekerheid èn gesuggereerd door zooveel geknipper rondomme, de knipper-spieren in gereedheid houdt om de blinden er voor te doen als ’t buitensporig wordt.

De laatste - Sam - een plus vijf is zes - trachtte z’n geknipper te beheerschen, was de oorzaak, de heroische oorzaak van het geknipper. De schaar in z’n hand wurmde voorzichtig tusschen de ijzerdraadjes, bang om mis te steken. Hij peurde met onsekure hardnekkigheid, wrikte van links naar rechts, tammetjes morrelend zonder positief het samenstel van ijzer, kurk, glas te beschadigen. Kraste er evenwel iets aan de schaar of aan het ijzerdraad dan week-ie achteruit en z’n oogen knipperden mèt beheersching. En omdat het gruwelijk warm was, mogelijk ook om de inspanning van het forceeren, zweette z’n kamerflets gelaat met het rullig zwart snorretje, glansden er melkige pareltjes op z’n voorhoofd in het tamgele licht der lamp.

Er was stilte en geknipper.

Toen zeide Sam, en z’n oogleden trilden als zenuwachtigen vlindervleugels:

‘... Goed da’k ’r geen dagwerk an heb...’

‘... Nou nee/ zei oom Jozef het wakkelend lorgnet recht duwend. ‘Hou in gosnaam je mond!’ riep tante Rebecca angstig.

’t Was geen gekkigheid. As ’t sprong, kon je ongelukken beleven. ‘Ach waas!’ schreeuwde oom Bennie, even z’n twééde oog openkleppend, nou Sam niet stak: ‘hoogstens geeft ’t ’n pang...’

°n Pang?’ lijsde Serre d’r poney-haar weg-zwiepend - warrem as ze

79

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.