Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



bedierf.

Toen, na ’n lieve, lange stilte, deed David ’t eerste gezonde voorstel. ‘As ’k is iemand vroeg/ sprak-ie bescheidenlijk.

‘Wie iemand?’ gemelijkte zij.

‘Iemand,’ praatte hij de lucht in.

‘Ik zal je maar niet antwoorden,’ bitste ze. ’r Viel niet te antwoorden. D’r was niemand. Geen levende ziel. De menschen van benejen kon je niet vragen. Daarmee leien ze lang overhoop. En de overburen? ’t Was te mal om van te praten.

‘D’r staat al wel tién minuten bij de lantaarn ’n vrouw te bedelen,’ schuchterde David: ‘as ’k die vroeg?’

‘Jij ben gek,’ zei tante, de schouders ophalend.

‘Dan niet/ zuchtte oom. Rustig leunde hij achteruit in den monteren schijn der kachel. Zij draaide zich geërgerd naar de straat. In de weer joelende sneeuwjacht, tegen ’n lantaarnpaal steunend, af en toe ’n hand naar ’n voorbijganger uitstekend, ’n doek om ’t hoofd geknot, stond inderdaad ’n bedelares, lompenvrouw met door den wind beschud grijs-fladderend haar. Als ze ’n stap deed, hinkte ze.

Vóór de twee vensters, uit hun humeur, letten tante Roosje en oom David op de bewegingen der vrouw. Niet een voorbijganger gaf. Ieder had haast. De wind, nijdiger bulkend scheerde ’r rokken soms zóó naar een zij, dat de magere kuiten in de sneeuwstuiving spaakten.

Juist, toen alweer ’n voorbijganger weigerde, deed oom David iets ongewoons, iets waarvan alleen z’n opstandige maag de verantwoordelijkheid kon hebben. Met z’n trouwring tikte-ie tegen ’t vensterglas en toen de vrouw opkeek tikte-ie nog eens.

‘Wat doe je?’, vroeg tante Roosje.

Voor ’t eerst sinds jaren, had oom David den moed ’r te laten praten - te laten praten. Voor ’t eerst na menschenleeftijd deed-ie z’n eigen wil. De kamer uitgaand, trok-ie in ’t portaal aan ’t touw van de buitendeur, floot, floot.

Dan in de holte der gang klonk z’n stem: ‘Vrouwtje! Wil jij wat verdienen, vrouwtje? Ja? Veeg je voeten - en kom boven..

Bijna onhoorbaar kwam ze de trap op. Benee, om ’t loopertje niet te bevuilen, had ze ’r schoenen uitgesloft.

Even waren de drie menschen in den zacht-warmenden gloed van

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.