Schetsen en vertellingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Schetsen en vertellingen

Jaar
1974

Pagina's
249



jij verwennen! Die mot jij toestoppen! Bij God, jij bederft al de meiden...!’

De dikke bolle wangen van oom David bleven in vreedzame kwal-ling op de jukken. Pas getrouwd, had-ie zich wel eens een enkele keer verzet - met de jaren aanvaardde-ie in berusting. Hoe minder ie tegensprak, hoe vlugger ’n bui voorbij ging. Bedaard de gekleede jas uittrekkend, zat-ie in overhemdsmouwen in z’n stoel, bewoog niet. Op wat-ie zei zou ’n nieuwe laag volgen - en zelfs z’n zwijgen irriteerde.

Eerst toen ze ’n kleine minuut ’r mond had gehouden, de wind in den schoorsteen zong, de balletjes-soep op ’t petrolie-stel zuchtte, ’t stuk lenden in de emaillepan zóó heerlijk rook dat-ie ’r wee van werd, en vlak vóór de huisdeur de lantaarnopsteker op z’n laddertje klom, om ’n door den wind geknauwd gloeikousje te voorzien -eerst toen, bij de opzwevende straatverlichting, sprak-ie bedeesd: ‘In èllek geval - meid of geen meid - wij kennen gaan eten - mijn honger zal ze niet bederven...’

‘Zoo,’ zei zij dadelijk:    .. En ’t licht?’

‘Ja, ’t licht/ praatte hij tam.

‘En ’t petrolie-stel...?’

‘Daar zitten we mee/ zei hij bezorgd.

Voor niet al ’t goud van de wereld zou nóch tante Roosje noch oom David op Sabbath licht of vuur hebben aangeraakt. Godsdienstig grootgebracht van af de kinderjaren, hadden ze hun heele leven streng aan de vormen gehecht. Zoo min als hij op Zaterdag ’n sigaar rookte, zou bij haar ’n zondiging tegen de voorschriften-bij-het-eten mogelijk zijn geweest.

De gezelligste sjabbes-avonden waren bij tante Roosje, wanneer de familie na den maaltijd rondom ’t wit tafelkleed zat, snoepend van dadels, rozijnen, curagautjes, eigen gebakken koek - en de ouwe tante geen gelegenheid had met ’r man te kibbelen. Nu net vanavond, terwijl ze tegen half negen gróóte visite zouen krijgen, nu de gevulde schaaltjes in de kast gereed stonden, oom David zoo bijtijds van de kerk terug was gekeerd, zaten ze in de leunstoelen bij ’n balletjes-soep om van te watertanden en ’n stuk lenden, dat de heele kamer met z’n geur vulde, zonder dat ’r ’n meid was, om de lamp aan te steken en ’t petroliestel uit te blazen. Ze mochten van geluk spreken, dat de kachel gevuld was. Zoolang ze getrouwd waren,

182

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.