64 VIERDE KAPITTEL.
en raadsvergadering over-rioleerings-klachten, nou most-ie ook ambtshalve proces-verbaal opmaken en beval den eigenaar te wekken.
Chris, heelemaal gerust door zóóveel mannen met b ij 1 e n in de omgeving, alleen bang voor ’n geweldigen uitbrander, ging naar boven, klopte.
Geen geluid.
Geen van de slaapkamers gaf antwoord enKobus’ bed was önbeslapen.
Doodelijk-bleek strompelde Chris de trappen terug, doodelijk-bleek werd de burgemeester, bij ’t angstig vermoeden dat de familie boven door den rook was gestikt.
Zulk een gruwelijk gebeuren had de plaats nog nimmer beleefd.
Bij ’n verbrande koe bij van Galen en ’n dooie kanarie bij Germs — zwak binnenbrandje, drie jaar geleden — was ’t gebleven.
Dit, die zwijgenis in de slaapkamers van drie notabelen en van een ondergeschikte, gaf ’n afschuwelijk vermoeden.
Vergezeld van twee politieagenten, een wethouder en den gemeente-geneesheer, die spuitmeester van spuit I was, besteeg-ie de trappen, klopte, nog eens en opende de deuren. Zoet droomleven van kuischblanke bedden, onbelegde nachtkastjes, geordende stoelen.