ANGSTEN EN VREDE. 141
Op ’t punt öp de tinnen te stappen en den sprong te wagen, waarvoor ze in ’n goed-georganiseerd circus goud zouden hebben betaald, nam-ie z’n vulpenhouder en schreef in’t notitieboekje: „Houd moed — dood of levend bezorg ik u redding” —, toen trok-ie het visitekaartje uit z’n knoopsgat, noteerde daarop met kloeke letters:
Blééf-ie liggen in de struiken beneden, dan zouden ze ’m bij de éérste begrafenis vinden en Jt spoor der andere verdwenenen speuren — dan zouden ze alle drie hereenigd worden in den familiegrafkelder, waarin ook Zwaluw Senior en zijn moeder lagen.
Even werden z’n oogen vochtig bij die deernis-zware ziening — dan, zonder om te kijken, be-etiketteerde-die zich opnieuw met visitekaart en