Gevleugelde daden

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Gevleugelde daden

Jaar
1911

Druk
1923

Overig
4ed

Pagina's
197



132    ACHTSTE KAPITTEL.

meester door ’t luikje: „ben je een kind des doods.”

’t Fijne zweet perrelde op z’n voorhoofd. Als de misdadiger gelegenheid had de sporen van z’n daad inderhaast te verbergen, was ’n boel verloren. Kobus lachte schaapachtig.

„’t Is goeie hoor,” grinnekte-die gelaten: „asje maar niet door de ruit van de tochtdeur schiet.” Met werd-ie door de agenten gegrepen.

„Boeit m,” zei de burgemeester.

Z’n revolver bleef dreigen, tot Kobus achter de tochtdeur verdween.

Toen bestapte de detective zelf ’t laddertje en in de logeerkamer, bewuster, nu de vogel geknipt was, begon-ie dadelijk z’n verhoor.

„Waar is meneer Zwaluw?” —, vroeg-ie. „Weet ’k niet.”

„En hij lei nog te bed ?”

„Dan hei-k me vergist....”

„En mevrouw?”

„Weet ’k niet.”

„En ze was in de badkamer/'

„Dat dacht ’k ... /’

„Wat dee jij op ’t dak?”

„De schoorsteen rookte/’

„Dat liegt-ie,” riep Chris, die op ’t laddertje stond en ’r hoofd over t kozijn stak: „de kachel is niet an!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.