KOBUS WORDT GEARRESTEERD. 129
Wat drommel, dan most de burgemeester maar terug kommen!
’s Morgens, ontbijt-tijd, visite en mevrouw willen zien as ze in ’r bad zat!
Het luikje opnieuw openend, zei-ie met de welopgevoede stugheid van 'n bediende-die-weet-hóé ’t-hoort:
„Meneer de burgemeester — ’t spijt mevrouw wel, maar ze ken u niet ontvange. Mevrouw is an
’r toilet bezig ”
„Zoo vrindje,” snerpte de burgemeester, door de spleten van z’n oogen het beslist misdadiger s-type van den huisknecht bespiedend: „Zoo! En meneer?”
„Meneer slaapt nog,” fantaseerde de knecht: „’tis vannacht wat laat geworde ...
„ Dank je, ” listigde het hoofd der politie, partij trekkend van de wenken des detectiv e-romans: „dank je zéér. Dan moet ’k de dienstbode Chris spreken... Kobus werd beschaafd, gepast nijdig.
As-ie Chris uit de keuken riep — van de vlucht had-ie op ’t dak niéts bespeurd — dan plapperde dat kuiken 4e heele familie op straat.
En te-deksel, ’t liep de spuigaten uit dat ’n bezoeker — onverschillig of ’t de burgemeester was of ’n ander! — als-die niet ontvangen kon worden, belet in de keuken vroeg.
Gevleugelde Daden. 9